• Ilse Speelman

Innerlijke Tuin

Een tijdje terug ging ik in stilteretraite. Ik heb tot nu toe niet de behoefte gehad er iets over te delen, omdat ik ergens het gevoel heb dat het een ervaring is die niet afgerond moet worden - klaargemaakt om te delen - of op zijn minst met de intentie om stof tot nadenken bij iemand achter te laten. De ervaring stond of viel eigenlijk ook met de veiligheid van stilte - de afwezigheid van interactie - mijn on-berekenende aandacht. Ik zie nog niet hoe ik dat bij elkaar kan brengen ín de wereld, of ik dat wel moet willen. Maar ergens is dat denk ik een diep verlangen. In de kring, aan het einde van het weekend, deelde ik één verhaal.

Mijn tuin zit vol met dieren, die staan voor behoeftes in mij en mijn staten van zijn. Basis van mijn innerlijke tuin zijn de berg-, zand- en waterpaden. En er is lucht, uiteraard. De wind die door mijn tuin waait is mijn anker in het hier en nu. Ik begin bij de bergen en de leeuw. Die staan voor de behoefte aan spelen, door te rennen over steile paadjes. Ook zijn daar een aantal Vogels, die symbool staan voor reflectie op alles. Er is namelijk vrijwel niets waar ik niet op reflecteer. Doen-denken-denken-doen. Voelen-denken-denken-voelen.


De stroom van water splitst zich vervolgens in een snelle stroom die ophoopt in het stuwmeer. Het stuwmeer heeft een luxeprobleem. Meestal vult de stroom de vissen tot de nok met liefde en geluk. Het water kan er niet verder, maar soms ontploffen alle vissen. Dan breekt de dijk door en ben ik een blije hond die zich graag laat zien en gek is op delen, zelfs van zijn voer!


De andere stroom, is de “stillere stroom”. Stilte bestaat niet. We zijn nu wel stil van spreken en andere vormen van communicatie, maar wat is er in die stilte? Ik. En ik leef, beweeg, denk en voel, wat er buiten en binnen mij gebeurt. Stilte van communicatie met anderen én mezelf, zorgt voor een stillere stroom. Zo stil, dat de otter er heerlijk in op zijn rug kan liggen en gewoon kan zijn.


Die stroom van zijn gaat vaak over in de flow van doen. Voelen-doen-voelen-doen. Typerend voor die staat van zijn, zijn de rituelen van de pinguïns. De belichaming van de wonderen van het zijn. De wonderen die zich door een paradoxale aandacht aan ons voor kunnen doen. Je ziet ze alleen als je er bewust en per ongeluk schuin langsheen kijkt.


Er is ook een plek waar men van binnen naar buiten en van buiten naar binnen kan. De poort. De hond doet de poort graag open voor anderen. Soms gaat hij er zelf vandoor. Als er een mooi mens en vooral als er een andere hond langsloopt. Maar de poort kan ook dicht, dat doet het huis. Als die het gevoel heeft niet zichzelf, of ín zichzelf, te mogen zijn. Als het huis zich niet thuis voelt. Of als hij denkt dat de tuin of de dieren beschermd moeten worden.


Soms vragen de egels of de olifant of het huis de poort wil sluiten. De olifant is ongelukkig en weet dan niet zo goed of hij er wel mag zijn. Liever is hij dan alleen. De egels zijn het liefst intiem - soms romantisch, soms ook boos. Maar omdat het konijn altijd klein blijft en ooit afhankelijk was van het konijn van de buren, weten de egels soms ook niet wat ze zelf nou eigenlijk willen.


De schutting wordt bewoond door de katten. De katten nemen graag een kijkje bij de buren. Ze voelen zich verbonden als ze mogen weten wat er groeit en leeft in andere tuintjes en vragen het huis de poort wijd open te zetten. Maar er is één kat die nooit de tuin zal verlaten. Deze kat zal altijd voor zichzelf zorgen. Én voor Konijn, want Konijn blijft altijd klein, maar ook hij mag er zijn. Het konijn weet namelijk alles van gevoel. Hij is een wandelend kompas. Zijn neus vertelt alle dieren in de tuin waar ze wezen moeten. Konijn is een dappere dodo, hij weet wanneer het hek open moet en wanneer dicht. “Ik ben groot genoeg, maar anderen denken daar soms anders over.”


De enige die niet altijd zal luisteren naar het konijn, is de uil. Hij weet het beter, maar gelukkig is hij slim genoeg om ook te weten dat dat niet altijd waar is. Hij spreekt de dieren toe: “ik doe wel alsof ik de grote heerser ben, maar je mag mij best op mijn plek zetten. Ik spreek dan wel met mooie woorden, maar wijs zijn ze niet altijd. Konijn wist allang dat hij groot genoeg is. En dat de olifant en de egels er ook mogen zijn. Soms zegt konijn tegen mij “je bent weer aan het denken hè, uil? En je stelt jezelf weer voorop hè? Denken-doen-denken-doen, denken-voelen-denken-voelen.” En dan zeg ik “Ja Konijn, dat doe ik, het spijt me” en dan zegt konijn: “bedankt Uil, maar vergeet niet: Jij mag er ook zijn.”

  • Instagram Social Icon
  • Black LinkedIn Icon
  • Black Pinterest Icon

© 2018 by Ilse Speelman. Created with Wix.com

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now