• Ilse Speelman

“Education is the most powerful weapon which you can use to change the world” – Nelson Mandela

Bijgewerkt: 8 feb 2018


Wat gebeurt er wanneer we deze beroemde uitspraak van Nelson Mandela, plaatsen in de context van onderwijsvernieuwing? Wat zegt de zin: Education is the most powerful weapon wich you can use to change education? In mijn ogen illustreert het de hardnekkigheid van het systeem en het confronteert mij met een gevoel van onmacht. Hij stelt namelijk dat onderwijs sterk vormend is en hoe veranderen mensen een systeem waar ze zelf zo sterk door gevormd zijn? Maar wellicht geeft het ons ook een oplossingsrichting. Want wat heeft dat systeem ons dan eigenlijk geleerd in al die jaren dat we er onderdeel van zijn? En kan ons dat misschien helpen ons gedrag in onderwijsvernieuwing beter te begrijpen?


Onderwijs is namelijk een systeem dat zichzelf, misschien wel meer dan andere systemen, in stand houdt. Allereerst houd ik het systeem als student in stand, om zelf te kunnen functioneren binnen het systeem. In de collegezaal kan ik bijvoorbeeld maar beter niet al te veel kritische vragen stellen. Als ik dat wel doe, krijg ik gezucht en gesteun te horen, want het gros van mijn medestudenten neemt liever aan wat de docent ze vertelt, dan dat ze erachter komen dat daar misschien wel vraagtekens bij te zetten zijn. En het is voor een student in dit systeem ook niet zo handig om er twijfels bij te hebben, want op de toets moet je toch gewoon weten wat je verteld is. Wil ik functioneren binnen het onderwijssysteem, dan moet ik mij enigszins bewegen binnen de regels en verwachtingen van dat systeem. Ik houd dus maar gewoon mijn mond.


Daarnaast lijkt het systeem in stand gehouden te worden door of ondanks de mensen die in en aan het onderwijs werken. Sommigen zullen er niet zo de noodzaak van inzien, anderen willen het onderwijssysteem graag veranderen, maar krijgen het grote geheel niet in beweging. We zijn in die positie nog steeds onderdeel van het systeem en zullen erbinnen moeten functioneren. Het is dus misschien niet zo aantrekkelijk onszelf te gaan veranderen en vooral niet wanneer we dat in ons eentje moeten doen. Bovendien maken factoren zoals geld, protocollen en afspraken omtrent meetbare verantwoording, het ons niet makkelijk iets te veranderen. Daarnaast zijn we allemaal door het onderwijssysteem gegaan. Als leerlingen en studenten, hebben we geleerd te denken binnen de kaders van het systeem en zijn we minder geoefend in het denken buiten die kaders.


Maar mensen stellen mij dan vaak de vraag: “Als dat systeem zo’n impact op ons denken en handelen heeft, wat maakt dan dat jij wel die behoefte hebt om het systeem te veranderen en iemand anders niet?” Dus ging ik in mijn eigen ervaringen op zoek naar een antwoord op die vraag. Welke ervaringen maken dat iemand wel of niet de behoefte heeft buiten de bekende wereld van het systeem te denken of zich er misschien zelfs aan te onttrekken? En hoe verhoudt het systeem zich tot grotere systemen, zoals onze cultuur en het leven? Duizend woorden is wat weinig om recht te doen aan deze vragen, maar graag deel ik hier wat van mijn ervaringen met alternatieve vormen van onderwijs, die mij iets geleerd hebben over onderwijsvernieuwing.


Allereerst heb ik veel geleerd van mijn ervaring met het aanbieden van onderwijs. Met de projectgroep Student Talent ontwikkelde ik de cursus Identity Based Motivation, waarin we studenten uitnodigden aan de slag te gaan met hun identiteit binnen hun vakgebied, door vragen te onderzoeken als: Wat betekent het vakgebied voor mij persoonlijk? En wat kan en wil ik voor het vakgebied betekenen? Om tot die vragen te komen begonnen we de cursus met een blok filosofie, waarin studenten oefenden hun denkproces zichtbaar te maken, gevolgd door een blok identiteit, waarin ze oefenden naar hun zijn, kunnen, vinden en willen te kijken. We gebruikten allerlei onderwijsvormen, waarin discussie, ervaring en reflectie centraal stonden. Het waren onderwijsvormen waarvan we zelf niet goed konden voorspellen wat ze teweeg zouden brengen. Daardoor leerden niet alleen de studenten veel, maar ook wijzelf, omdat we een kant van hun te zien kregen die in het reguliere onderwijs niet zichtbaar wordt.


Als ik terugblik op de cursus, is er duidelijk een rode lijn te zien in hun ervaringen. Het was voornamelijk allemaal heel erg spannend. Gelukkig voelden zij zich vertrouwd genoeg bij ons om dat aan te geven, waardoor we konden ontdekken wat het nou zo spannend maakte. Dus besloot ik een beetje van die angst te proeven, door hem onder ogen te komen in een ervaringsopdracht. We stonden in een kring. Ik stapte naar voren, zei “ik”, stapte terug en gaf aan dat de anderen mij om de beurt moesten volgen. De ronde erna zeiden we “nee ik”, daarna “ja ik” en tot slot “en ik”. Na die tijd bespraken we onze ervaringen met elkaar en kwamen tot de conclusie dat het best moeilijk kon zijn om naar voren te stappen “nee ik” te zeggen en dat het vooral erg leuk was om “en ik” te zeggen. Bij die laatste uitspraak voelde het volgens de studenten alsof je niet echt uit de kring hoefde stapten, terwijl het arrogant kan voelen om “nee ik” te zeggen en al helemaal als je daar geen goede reden voor hebt.


Studenten hadden moeite zichzelf te positioneren en daarmee eigen invulling te geven aan het onderwijs. Gaven we ze een opdracht hun vrije gedachten over het begrip ‘identiteit’ op te schrijven, dan waren ze geneigd op elkaars papier te kijken. In hun eerste reflectieverslagen was misschien wel de meest voorkomende uitspraak “ik moet”, dus probeerden we ze het vertrouwen te geven, dat dit een plek was waar ze voornamelijk mochten nadenken over de vraag “wat wil ik?” Maar als het onderwijssysteem ons leert dat we de docent, de medestudent, de studiegids of het tentamen nodig hebben om ons vertellen hoe we ons onderwijsleven moeten leven, kan ik me voorstellen dat mensen niet zo de behoefte hebben tot onderwijsvernieuwing of er misschien zelfs angst voor ervaren.


Zelf voel ik me sinds halverwege de middelbare school juist belemmerd door dit dichtgetimmerde leerproces van duidelijke afspraken en verwachtingen en eenduidige opdrachten. Ik begon rond te lopen met vragen waar, binnen het onderwijs, geen plek voor leek te zijn. Ik voelde de druk om me aan te passen steeds groter worden, maar gek genoeg ook mijn wil om zelf richting te geven. Hoewel ik vaak frustratie ervaarde wanneer bijvoorbeeld mijn wiskundedocent weer eens zij: “Dat moet je nou maar even aannemen”, waren er gelukkig bijzondere andere docenten (en mijn ouders) die mijn enthousiasme herkenden, waardeerden en mij de ruimte gaven voor creativiteit en eigen inbreng.


Eén docent in het bijzonder heeft mij, met zijn manier van contact maken en zijn alternatieve onderwijsvormen ‘het toneelweekend’ en ‘de faalangsttraining’, veel laten leren over mijzelf en het leven. Hij begon zijn faalangsttraining, die ik met 3 andere leerlingen volgde, met de uitspraak: “Jullie hebben denk ik helemaal geen faalangst, anders hadden jullie niet deelgenomen aan het toneelweekend, maar het lijkt me toch gezellig, laten we beginnen” Of hij dat zei om ons niet faalangstig over onze eventuele faalangst te laten zijn weet ik niet, maar hij gaf mij het gevoel dat mijn persoonlijke ontwikkeling er toe deed. Dat het niet alleen maar ging om mijn kennis en vaardigheden en hij wakkerde de drive weer in mij aan om ook zelf aan het stuur van mijn ontwikkeling te blijven staan. Onder andere door hem kwam ik tot het bewustzijn dat ik op bepaalde vragen in mijn leven alleen antwoord kan vinden binnen mijzelf. Dat ik niet hoefde te vragen aan een volwassene of te kijken naar de kinderen om mij heen. En dat ik gewoon maar moest proberen en ook niet altijd kon weten wat er ging gebeuren.


Maar als het gaat om de vragen zoals “Wat is goed onderwijs?”, zoeken we het antwoord in allerlei zaken buiten onszelf: kennis over de consequenties van ons handelen, de effectiviteit ervan, protocollen, iemand met autoriteit, ‘toponderwijs’ in het buitenland etc. Het systeem lijkt ons te verleren ook naar onszelf te kijken. Dat iets efficiënt is kan mooi zijn, maar drijft mij niet zozeer. Ik wil dingen doen die voor mij persoonlijk belangrijk zijn in het leven. We kunnen ons afvragen: Waar moeten we beginnen?, Moeten we onszelf veranderen? Moeten we het systeem veranderen? We willen resultaat zien en dat resultaat het liefst kunnen voorspellen. Maar doordat het proces zo traag is dat we de consequenties er niet van kunnen overzien, krijgen we daar geen antwoord op. Dus misschien moeten we maar gewoon dingen uitproberen, dingen doen waar we blij van worden, staan voor wat we belangrijk vinden, een lange adem hebben en erop vertrouwen dat het zijn vruchten wel zal afwerpen. Want dat is wat onderwijs zo krachtig maakt. Het zal ons hoe dan ook vormen.

73 keer bekeken
  • Instagram Social Icon
  • Black LinkedIn Icon
  • Black Pinterest Icon

© 2018 by Ilse Speelman. Created with Wix.com

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now