Leuk dat je geïnteresseerd bent in onderwijs en vorming. In deze sectie van mijn website deel ik teksten die ik geschreven heb over verschillende thema's binnen onderwijs en vorming, zoals: docentontwikkeling, onderwijsorganisatie, kritisch onderwijsdenken en diversiteit. Het schrijven en delen van die teksten zie ik als een handeling, waarmee ik me bewust ben van de impact die het heeft op mijzelf, de ander en de wereld. Dat impliceert dat ik als onderwijsbetrokkene een bepaalde vrijheid, maar ook verantwoordelijkheid heb. Meer over dit onderliggende handelingsperspectief lees je in onderstaande tekst. Veel leesplezier!

Handelingsperspectief op Onderwijsonderzoek en Onderwijsinnovatie

Deze uitspraak van Nelson Mandela staat voor mij symbool voor de vormende kracht van het onderwijs. De vormende kracht, die maakt dat wij als docent, onderzoeker of innovator, maar ook als democratisch burger en overheid (voortaan tezamen genoemd 'onderwijsbetrokkenen'), impact hebben. Op leerlingen en studenten, maar ook op onszelf en de wereld om ons heen. De uitspraak van Mandela staat daarmee niet alleen voor de verantwoordelijkheid van onderwijsbetrokkenen om zorgvuldig met die impact om te gaan, maar ook voor de vrijheid iets van het onderwijs te mogen vinden. Voor mij – en in het kader van dit paper – staat het symbool voor het belang van een weloverwogen visie op hoe we ons tot het onderwijs zouden moeten verhouden. Mijn handelingsperspectief op onderwijsinnovatie en onderzoek betreft daarmee een meta-perspectief. Het gaat niet zozeer om een idee van goed onderwijs, onderzoek, beleid of goede innovaties, maar meer om een visie op onze houding tegenover deze “onderwijs betrokken processen”. Goede betrokkenheid tot het onderwijs begint naar mijn idee namelijk bij een fundamentele basis: het bewust zijn van en verantwoordelijk omgaan met de impact die je als onderwijsbetrokkene hebt. 

“Education is the most powerful weapon

which you can use to change the world”

In bovenstaande afbeelding laat ik zien dat ik als onderwijsbetrokkene ín de wereld sta en dat ik met mijn metaperspectief, de brillen die ik opzet en manieren van “uitspreken” (dissemineren, omgang als docent, etc.) impact heb op de wereld. De basis van mijn perspectief luidt als volgt: onderwijzen, onderzoeken, beleid schrijven en innoveren (maar bijvoorbeeld ook stemmen) = handelen. Dit begrip leen ik van Hannah Arendt (1958), die een naar mijn idee essentieel onderscheid maakt tussen werken en handelen (en arbeiden maar dat laat ik hier buiten beschouwing). Bij werken gaat het volgens Arendt om een doel-middelrationaliteit: wanneer men aan het werk is, heeft men een duidelijk doel voor ogen en kan er altijd de vraag gesteld worden of de activiteit nut heeft met oog op dat doel. Met onze professionele acties hebben we, zoals ik hierboven liet zien, echter ook impact op anderen. Volgens Arendt vraagt dit niet om doel-middelrationaliteit, maar om handelen, waarbij we reflecteren op ons gedrag en ons bewust verhouden tot de ander, met aandacht voor normen, waarden, overtuigingen, aannames, behoeftes, belangen, etc.

Hoe mag en kan ik (samen met anderen) iets zeggen over het onderwijs?

Naar mijn idee is daarbij essentieel in het handelen zowel een verantwoordelijkheid als een vrijheid te zien. Met vrijheid bedoel ik een soort existentiële vrijheid (Brabander, 2013), namelijk eentje waar ik niet omheen kan: hoe verhoud ik mij tot het leven? Ik kan naar de wetenschap kijken, anderen om advies vragen en protocollen nastreven, naar mijn gevoel luisteren, maar uiteindelijk ben ik het altijd zelf die van dat alles iets móet en mág maken. Welke onderzoeksvragen vind ik er toe doen? Welke problemen zie ik en welke oplossingen vind ik relevant? Ga ik dit kind nu wel of niet de klas uitsturen? Ín dit soort vragen hebben we altijd een persoonlijke ruimte, een handelingsruimte, waarin we uitspreken wie we zijn en hoe we ons tot het leven verhouden. Daarmee kunnen en hoeven we uiteindelijk op niets of niemand terugvallen dan onszelf. Wat dat betreft heeft iedereen iets over het onderwijs te zeggen en kunnen we ons niet “verschuilen achter” het idee van evidence-based education. Daarmee bedoel ik dat een bewijs slechts over een deel van de onderwijsbetrokkenheid gaat en niet voldoende onderbouwend is voor ons handelen. Maar dan is de vraag, hoe mag en kan ik dan (samen met anderen) wél iets zeggen over het onderwijs? Hoe nemen we daarin de verantwoordelijkheid voor onze handelingsruimte?

Ik denk dat de ideeën van Gert Biesta over value-based education (Biesta 2010) en de Golden Circle van Simon Sinek (Spruijt, Spanjaard & Demouge, 2013) hierbij kunnen helpen. Ze bieden een handvat om verantwoordelijkheid te nemen voor de handelingsruimte én maken duidelijk in welke fase van het proces wetenschappelijk bewijs er toe zou kunnen doen. Beide principes gaan er namelijk vanuit dat de waarden aan de feiten vooraf gaan. Daarmee wordt bedoeld dat er een handelingsruimte is waarin we kiezen of en naar welke feiten we op zoek gaan en wat we met de feiten doen. Je zou kunnen zeggen dat we er volgens Arendt en Biesta goed aan doen te beginnen met, wat Sinek noemt, het inzichtelijk maken van de WHY: Waarom doet deze vraag ertoe? Welke impact wil je hebben en waarom? De WHY is het waardenplatform waarop de rest van hoe (HOW) en wat (WHAT) je doet voortbouwt. Iemand die vindt dat de waarde van het onderwijs is dat we kennis en vaardigheden opdoen, zal hele andere onderzoeksvragen stellen, dan iemand die vindt dat het onderwijs er voornamelijk is om je creativiteit te ontwikkelen. Door transparant te zijn over onze intenties (WHY), kunnen we verantwoordelijkheid nemen in ons handelen.

Wanneer we onderwijsdiscussies proberen te doorgronden of ons tot andere onderwijsbetrokkenen moeten verhouden, is het naar mijn idee van belang altijd eerst terug te gaan naar de WHY. Neem bijvoorbeeld het stuk Het nieuwe onderwijs: futuristische retoriek of effidence based (van Gool, 2019), waarin wordt besproken dat in onze verhouding tot het onderwijs “de pendule” heen en weer slingert tussen een progressief en conservatief kamp, tussen standaardisering en meetbaarheid aan de ene kant en voortdurende onderwijsvernieuwing aan de andere kant. De pendule vindt plaats op het niveau van HOW: hoe kijken we naar het onderwijs? Als iets wat we moeten vastleggen en structureren of open laten en veranderen? Maar eigenlijk vindt de kracht van die beweging zijn oorsprong op het niveau van WHY: het ligt er aan, wat voor jou de waarde van het onderwijs is. Naar mijn idee betreft het inzichtelijk maken van de WHY de fase in het proces waarin we als onderwijsbetrokkenen bewust of onbewust met elkaar “verbinden” of “verbreken”.

 

Intermezzo

Pirsig (2014) zou hier denk ik over zeggen dat het onmogelijk is een algemeen antwoord te geven op de pendule vraag en een kant te kiezen, omdat de wereld en dus ook het onderwijs zowel “rationeel” als “romantisch” is. Ten eerste is er altijd een subjectieve (romantische) betrokkenheid vooraf gegaan aan het besluit om op een meer rationele of subjectieve manier naar het onderwijs te kijken (HOW) of om concreet meetbare vorm te geven aan het onderwijs of meer open te laten (WHAT). Ten tweede kan die subjectieve betrokkenheid (zoals de waarde die je ziet in het onderwijs) inhoudelijk verschillen in termen van meer rationeel (getypeerd door meetbaarheid) of meer romantisch (getypeerd door ruimte voor subjectiviteit), tussen personen maar ook binnen personen. Sinek en Pirsig zouden stellen dat we in hoe we doen en wat we doen dus ook altijd afwisselend moeten blijven stabiliseren en veranderen, afhankelijk van waarom we doen wat we doen.

 

De autoriteit – de aanvaarde macht om iets te zeggen over het onderwijs – komt in mijn ogen met de kwaliteit van de onderbouwing en dat die passend is bij het type uitspraak dat je doet, niet met je lidmaatschap bij een bepaalde groep of je keuze voor een bepaald kamp. Ik kies er niet meer voor om altijd door een empirische bril naar het onderwijs te kijken omdat ik daar nou eenmaal voornamelijk voor opgeleid ben, maar ik kies voor een bril die past bij mijn uitgangspunt van het onderwijs en het type vragen dat daarin speelt. Wat dat betreft lijkt me het idee van evidence-informed education een goede aanvulling, als we dat in het verlengde zouden leggen van value-based education. Het begint bij de impact die we willen hebben en soms kunnen bewijzen ons helpen die impact te hebben, maar soms vraagt het ook om andere brillen, zoals een theoretische of misschien zelfs een emotionele.

 

 

Literatuur

Arendt, H. (1958). The human condition. Chicago: University of Chicago Press.

 

Biesta, G. J. J. (2010). Why ‘what works’ still won’t work: From evidence-based education to value-          based education. Studies in Philosophy and Education, 29(5), 491-503. doi:             https://doi.org/10.1007/s11217-010-9191-x

 

Brabander de, R. (2013). Het menselijk bestaan: kiezen of delen? In Van gedachten wisselen:      filosofie en ethiek voor zorg en welzijn (pp. 211-245). Bussum: Uitgeverij Coutinho. 

 

Davies, P. (1999). What is evidence‐based education?. British Journal of Educational Studies, 47(2),         108-121. doi: https://doi.org/10.1111/1467-8527.00106

 

Gambrill, E. (2007). Transparency as the route to evidence-informed professional education. Research on Social Work Practice, 17(5), 553-560. doi:      https://doi.org/10.1177/1049731507300149

 

van Gool, R. (2019). Het nieuwe onderwijs: Futuristische retoriek of evidence-based? De      Groene Amsterdammer, 11-15. Online te raadplegen via        https://www.groene.nl/artikel/futuristische-retoriek-of-evidence-based

 

Spruijt, J., Spanjaard, T., & Demouge, K. (2013). The Golden Circle of Innovation: What          Companies Can Learn from NGOs When It Comes to Innovation. Modern Marketing for Non-        Profit Organizations: International Perspectives, S. Smyczek, ed., Katowice: University of             Economics in Katowice Publishing House, Forthcoming. doi:             https://ssrn.com/abstract=2256839

 

Pirsig, R. M. (2014). Zen and the art of the motorcycle maintainance: 40th anniversary      edition. New     York: Vintage Publishing

 

Zoals omschreven in: Davies, P. (1999). What is evidence‐based education?. British journal of educational studies, 47(2), 108-121.

Zoals omschreven in: Gambrill, E. (2007). Transparency as the route to evidence-informed professional education. Research on Social Work Practice, 17(5), 553-560.

  • Instagram Social Icon
  • Black LinkedIn Icon
  • Black Pinterest Icon

© 2018 by Ilse Speelman. Created with Wix.com

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now